Sinds 1996 werk ik aan mijn proefschrift over de Leidse studentenpopulatie tussen 1575 en 1812. Aanvankelijk fulltime als AIO bij het Academisch Historisch Museum te Leiden en tegenwoordig thuis in de avonduren. Hopelijk ben ik over twee jaar klaar...
Studentenpopulatie
De Leidse studentenpopulatie zal worden bestudeerd op grootte, geografische herkomst, sociale afkomst en religieuze achtergrond en hun plaats in de stad.
De basisvraag van mijn proefschrift is hoeveel personen tussen 1575 en 1812 in Leiden gestudeerd hebben. Dat zal nooit precies kunnen worden vastgesteld, want niet iedere student stond ingeschreven in de meest bruikbare bron: het album studiosorum (thans ook wel matrikel genoemd).
Mijn onderzoek is gebaseerd op de (door mij) gedigitaliseerde versie van het album met ruim 60.000 records en dus niet op een steekproef. Bij de bewerking van dit bestand werden de volgende vragen gesteld:
Hoeveel herinschrijvingen van dezelfde personen komen er in het Leidse album studiosorum voor?
Niet alleen studenten werden ingeschreven in het album, maar onder andere ook het academiepersoneel, personeel van studenten, leerlingen van de Latijnse School en in de stad wonende predikanten, artsen en juristen. Hoeveel overige lidmatenstaan in het album ingeschreven?
Wat kan er van de aantrekkingskracht van de Leidse universiteit door de eeuwen heen worden gezegd, nu het computerbestand alleen de eerste inschrijvingen van echte studenten bevat?
De sociale afkomst is minder eenvoudig te extraheren uit het Leidse album. Daarom is ervoor gekozen ook dit aan de hand van het beroep van de vaders van studenten te onderzoeken. Het zou mooi zijn als dit in de toekomst gebeurt voor alle Leidse studenten, maar omwille van de tijd en omvang beperkte ik mij tot een selecte groep studenten waarvan een prosopografie is gemaakt. Er is, net als in Otterspeers dissertatie waarin Leidse studenten in de negentiende eeuw worden beschreven, gekozen voor studenten uit Leiden, Den Haag en Dordrecht. Deze drie steden waren tussen 1575 en 1812 de herkomstplaatsen van ruim 6500 studenten, daarom moest een verdere beperking gemaakt worden. Er is gekozen voor negen peiljaren: 1600, 1625, 1650, 1675 enzovoorts tot 1800. De selectie waarmee gewerkt gaat worden leverde 152 Leidenaars, 96 Hagenaars en 33 Dordtenaars op. Doordat deze laatste groep vrij klein is, blijft er bij de uitkomsten een element van toeval zeker aanwezig.Van de steekproef is ook gebruik gemaakt voor het bepalen van de religieuze achtergrond.
Bij het bepalen van de plaats van de studenten in de Leidse stedelijke samenleving wordt onderzocht waar zij woonden, hoe zij woonden en ook wat de kosten van onderdak waren.
Hulp gevraagd
Wie kan mij helpen? Ik ben op zoek naar bronnen die meer vertellen over het dagelijks leven van studenten in Leiden tussen 1575 en 1812. Het overzicht van de Noord-Nederlandse egodocumenten leverde mij al een aantal dagboeken, reisverslagen en brieven op waarin over het Leidse studentenleven werd geschreven.
Maar ik ben ervan overtuigd dat in diverse (familie)archieven nog voor mij interessante stukken verborgen zijn gebleven. Vond u ooit briefwisselingen van studenten met familie, bewijzen van toegang/inschrijving aan de Leidse universiteit of haar studentenverenigingen? Of weet u andere bronnen voor mijn onderzoek naar het Leidse studentenleven?
Mail dan naar mij (zie bovenaan deze pagina). Alvast hartelijk dank!